In gebruik nemen van de vloerverwarming



Op de ROBOT verdelers wordt een fabrieksmatig ingestelde maximaalthermostaat toegepast.

De ROBOT Standaard verdeler is voorzien van een automatische ontluchter.

Meer informatie over de verdelers treft u op HIER

 

 

 

HEATNET BV
Transportweg 7-08
7007 CL Doetinchem
T:0314 - 37 82 99
F:0314 - 37 88 64
E:info@heatnet.nl

 

 

 

Download hier de instructies in PDF
Hierbij informatie om uw vloerverwarming in gebruik te nemen.

Standaard zijn de ROBOT Compact vloerverwarmingsverdelers hydraulisch neutraal geassembleerd.
In deze opbouw functioneert de verdeler het beste wanneer deze in de buurt van uw verwarmingsketel geplaatst wordt (niet verder dan ca. 15 meter leiding).
Indien de unit verder weg gemonteerd wordt adviseren wij, om de unit hydraulisch actief te maken. Robot verdeelunits worden standaard geleverd in hydraulisch-­-neutrale uitvoering (d.w.z. geen drukverschil tussen aanvoer- en retourleiding).
U kunt de verdeelunit eventueel hydraulisch-­-actief aansluiten door het retourventiel(C) te blinderen en aan te sluiten op de geblindeerde aansluiting (J).

BELANGRIJK !

Neem uw vloerverwarming pas 5 à 6 weken na het aanbrengen van de afdeklaag op de vloerverwarmingslangen in gebruik, niet eerder !!!
Uw vloer moet eerst uitharden !!!
Zie ook de voorschriften van de leverancier van de gietmortel en/of tegellijm!

Opstookprotocol / in gebruik nemen

Zie tevens: Aanbevolen opstookprotocol
Zie ook de aanwijzingen helemaal onder aan op deze pagina

Dit opstookprotocol werkt natuurlijk alleen als de CV-ketel (of toegang tot de stadsverwarming) ingeschakeld is!! (zie hierna onder in gebruikstelling)

Ook bij laminaat of houten vloeren dient men een dergelijke periode in acht te nemen: te snel confronteren met warmte vanuit de vloerverwarming kan de vloer beschadigen.

Voor ingebruikname van uw verdeler dient u de volgende stappen te doorlopen: (verdeler voorzien van Label-B pomp)


Toelichting op de afbeelding

A. Grundfos Alpha-2 UPS 25-60 circulatiepomp
B. Thermostatische regeling cv-aanvoerwater (voorinstelbaar)
C. Inregelbaar retourventiel cv-retourwater
D. Maximaalthermostaat, met vaste temperatuurinstelling op 60oC +/- 5K
E. Insteektemperatuurmeter ten behoeve van vloer-aanvoerwater
F. Insteektemperatuurmeter ten behoeve van vloer-retourwater
G. Robot koppeling met euroconus aansluiting, ten behoeve van vloer-­-aanvoerwater
H. Thermostatiseerbaar ventiel (M30 x 1,5),voorinstelbaar,met euroconus aansluiting, ten behoeve van vloer-­-retourwater. (op afbeelding v.v. thermomotoren, deze behoren niet tot de standaard levering)
I. Ontluchter, handbediend
J. Blindstop, voor eventuele hydraulisch-actieve aansluiting van de verdeelunit

Toepassing

Vloerverwarming, hoge-temperatuursysteem:90o C aanvoer(primair)/40oC retour (primair), geschikt voor hoofd-of bijverwarming.In combinati emet deze stalen verdeler uitsluiten ddiffusiedichte vloerverwarmingsbuizen toepassen, conform DIN4726.

Plaatsing verdeelunit

  • De verdeelunit dient waterpas op de muur gehangen te worden, om het ontluchtingspunt (I) optimaal te benutten
  • Bij montage verdient het aanbeveling de verdeelunit met de meegeleverde rubberen geluiddempers te monteren
  • De verdeelunit kan niet onder het niveau van de te verwarmen oppervlakte geplaatst worden i.v.m. ontluchten
  • Monteer de verdeelunit op voldoende hoogte, met name om de vloerverwarmingsbuizen ‘geleidelijk’ naar/op de verdeelunit te buigen/monteren, waardoor knikken van de buis voorkomen wordt.

Aansluiten verdeelunit op het cv-systeem

  • De aanvoerleiding van de centrale verwarming dient aangesloten te worden op het aanvoerventiel (B) van de verdeelunit
  • De retourleiding van de centrale verwarming dient aangesloten te worden op het retourventiel (C) van de verdeelunit De aanvoer-en retourleidingen dienen voldoende capaciteit te hebben;in het algemeen min. 15 mm voor de verdeelunits 1 t/m 5-groeps, min. 22mm voor 6 t/m 10-groeps en min. 28mm voor 11 t/m 15 groeps

Aansluiten van de vloerverwarmingsbuis op de verdeelunit

Wij adviseren u de lengte vloerverwarmingsbuis in de vloer te beperken tot maximaal 100 meter per groep.
(NB: G.I.W. publicatie‘07: Het ontwerp drukverlies over eencv-installatie moet kleiner of gelijk zijn dan 2kPa).
Tevens adviseren wij u bij toepassing van meerdere groepen deze onderling zoveel mogelijk op gelijke lengtes te verleggen.
Bij sterk wisselende lengtes per groep adviseren wij u debietmeters(doorstroommeters) te monteren onder de groepsafsluiters (H)
  • De vloerverwarmingsbuis dient recht te worden afgesneden en te worden ontdaan van bramen
  • Schuif de wartelmoer ongeveer 10cm over de vloerverwarmingsbuis, zet de klemring op de buis en schuif deze enkele centimeters door, monteer vervolgens de buistule in de buis tot aan de borst en schuif de klemring terug tot aan de tule
  • Schroef de buis vervolgens op de aanvoerkoppeling (G) en verleg de betreffende groep in vloer of muur
  • Sluit het einde van de groep met behulp van een buiskoppeling (als hiervoor beschreven) aan op genoemde groepsafsluiter (H)
  • Herhaal boven omschreven procedure indien er sprake is van meerdere groepen Vullen en ontluchten van de vloerverwarmingsinstallatie
  • Sluit het retourventiel (C) door de inbusbout achter het afdekkapje rechtsom te draaien; draai tevens alle groepsafsluiters (H) dicht
  • Sluit een vulslang aan en start het vullen door de water-en vulkraan open te zetten
  • Bij voldoende druk in het vloerverwarmingssysteem kunt u groep voor groep ontluchten door de groepsafsluiter (H) te openen en gelijktijdig te ontluchten via het ontluchtingspunt (I)
  • Sluit na het ontluchten de betreffende groepsafsluiter (H) en herhaal deze procedure voor eventuele volgende groepen
  • Zorg dat er tijdens het ontluchten voldoende druk in het systeem aanwezig blijft!

Ingebruikstelling/inregelen van de verdeelunit:

  • Draai de groepsafsluiters (H) open.
    Als er sterk verschillende groepslengtes zijn toegepast, dient er per groep ingeregeld te worden (eventuele montage van debietmeters/doorstroommeters onder de groepsafsluiters (H) vereenvoudigt het inregelen per groep)
  • De pomp (A) instellen naar wens.
    In het algemeen kan de pomp volgens Grundfos ingesteld worden op de ‘Auto-Adapt’ functie.
    Deze instelling selecteert automatisch het meest optimale werkpunt
  • Draai het retourventiel (C) open door de inbusbout achter het afdekkapje linksom te draaien
  • Steek de stekker van de pomp in een randgeaarde wandcontactdoos
  • Draai de thermostatische regeling (B) van het aanvoerwater geleidelijk, met ca.5o C perdag (*1) naar de uiteindelijk gewenste vloerwatertemperatuur (veelal 40o C)
  • De vloer-aanvoertemperatuur is af te lezen op temperatuurmeter (E). De vloer-retourtemperatuur is af te lezen op temperatuurmeter (F)

*1 ATTENTIE

Bij de eerste ingebruikname dient de warmte geleidelijk in de vloer gebracht te worden i.v.m.lineaire uitzetting van de dekvloer en risico op scheuring.

Robotverdeelunits worden standaard geleverd inhydraulisch-neutrale uitvoering (d.w.z. geen drukverschil tussen aanvoer-en retourleiding).
U kunt de verdeelunit eventueel hydraulisch-actief aansluiten door het retourventiel (C) te blinderenen aan te sluiten op de geblindeerde aansluiting (J).

De Grundfos Alpha-2 circulatiepomp dient rechtstreeks en continue op de (elektrische) voeding te worden aangesloten. Hetgebruik van een pompschakelaar is niet noodzakelijk.
Eventueel kan de nachtstand op de pomp worden gebruikt. Deze werkt echter alleen in de ‘AUTOADAPT modus'.

DOWNLOADS

Download hier de:

 

Instructies m.b.t. Grundfos Alpha-2 circulatiepomp

1. Bedieningspaneel Alpha-2 circulatiepomp


Afb.1 GRUNDFOS ALPHA2 bedieningspaneel

Beschrijving

  1. Een display waarop het actuele stroomverbruik in Watt af te lezen is
  2. Acht lichtvelden die de instelling van de pomp weergeven
  3. Lichtvelden die de status van het automatische Nachtbedrijf weergeven
  4. Druktoets voor het activeren van het automatisch Nachtbedrijf
  5. Druktoets voor het selecteren van de instelling van de pomp

1.1 Display

Het display, (1), is aan wanneer de voeding is ingeschakeld.
Het display toont het actuele stroomverbruik in Watt tijdens bedrijf.
Storingen die er voor zorgen dat de pomp niet behoorlijk kan werken (bijv. Vastlopen) worden in het display aangegeven met "--".
Als er een storing wordt aangegeven, dient de storing te worden opgelost en de pomp te worden gereset door de voedingsspanning in-en uit te schakelen.

1.2 Lichtvelden die de instelling van de pomp weergeven

De GRUNDFOS ALPHA2 heeft acht optionele instellingen die kunnen worden geselecteerd met de druktoets. Zie pos.(5).

De instelling van de pomp wordt weergegeven door acht verschillende lichtvelden.


Afb.2 acht lichtvelden

Lichtveld Beschrijving

  • 0 AUTOADAPT (fabrieksinstelling) AUTOADAPT
  • 1 PP1 Laagste proportionele druk curve
  • 2 PP2 Hoogste proportionele druk curve
  • 3 CP1 Laagste constante druk curve
  • 4 CP2 Hoogste constante druk curve
  • 5 III Constante curve, toerental III
  • 6 II Constante curve, toerental II
  • 7 I Constante curve, toerental I
  • 8 AUTOADAPT AUTOADAPT

1.3 Lichtvelden die de status van het automatische Nachtbedrijf weergeven

Licht in toont dat het automatisch Nachtbedrijf actief is.

1.4 Druktoets voor het activeren van het automatisch Nachtbedrijf

De druktoets, zie afb. 1 pos. 4 activeert/deactiveert het automatisch Nachtbedrijf. Automatisch Nachtbedrijf is alleen relevant voor verwarmingssystemen die voor deze functie geschikt zijn.
Fabrieksinstelling: Automatisch Nachtbedrijf = niet actief

N.B. Als de pomp is ingesteld op toerental I, II of III, is het niet mogelijk het automatisch Nachtbedrijf te selecteren.

1.5 Druktoets voor het selecteren van de instelling van de pomp

Elke keer dat de druktoets wordt ingedrukt, zie afb. 1, pos. 5, wordt de instelling van de pomp veranderd.
Een cyclus bestaat uit acht keer de toets indrukken. Zie 1.2 Lichtvelden die de instelling van de pomp weergeven.

2. Instellen van de Alpha-2 circulatiepomp


Afb. 3 keuze van pomp instelling
Fabrieksinstelling = AUTOADAPT
  • Pompinstelling bij vloerverwarming: Aanbevolen: AUTOADAPT
  • Alternatief: Hoogste proportionele druk curve (PP2) of laagste proportionele druk curve (PP1)

2.1 AUTOADAPT

De AUTOADAPT functie past de pompprestaties aan de actuele warmtevraag in het systeem aan.
Omdat de prestatie geleidelijk wordt aangepast, is het aan te raden om de pomp ten minste één week in de AUTOADAPT positie te laten alvorens de pompinstelling te veranderen.
Als u ervoor kiest om terug te gaan naar AUTOADAPT, herinnert de pomp zich het laatste setpoint in AUTOADAPT en gaat het verder met de automatische aanpassing van de prestatie.

Veranderen van aanbevolen naar alternatieve pompinstelling

Verwarmingssystemen zijn "langzame" systemen die niet binnen enkele minuten of uren op het optimale bedrijf kunnen worden ingesteld.
Als de aanbevolen pompinstelling niet de gewenste warmtedistributie geeft in de kamers van het huis, wijzig dan de pompinstelling naar het getoonde alternatief.

2.2 Pompregeling

Tijdens bedrijf zal de opvoerhoogte van de pomp worden geregeld op basis van het principe "proportionele druk regeling (PP) of "constante druk regeling" (CP).
In deze regelmodi worden de pompprestatie en dus ook het stroomverbruik aangepast op de warmtevraag in het systeem.

Regeling op basis van proportionele druk (PP1 en PP2)
In deze regelmodus wordt het drukverschil in de pomp geregeld op basis van de volumestroom.

Regeling op basis van constante druk (CP1 en CP2)
In deze regelmodus wordt er een constant drukverschil in de pomp in stand gehouden, ongeacht de volumestroom.

Temperatuur langzaam opvoeren

Neem de vloerverwarming niet direct na de installatie in gebruik!
Daarvoor zijn diverse redenen, o.m. dient de tegellijm of cement waarmee de tegels worden gemonteerd op natuurlijke wijze uit te harden. Dat kan wel 5-6 weken duren. Binnen die periode in gebruik nemen wordt niet geadviseerd.
Schade aan de vloer als gevolg van het te snel ingebruik nemen van de vloerverwarming valt niet onder garantie op de vloerverwarming.

Voorkom in vorstperiode dat de buizen gevuld met water niet kunnen bevriezen. Bevriezing van de buizen en vloerverwarmingsverdeler kan grote schade veroorzaken aan uw vloer en woning.
De installateur is niet verantwoordelijk voor bevriezing van buizen en installatie: daar dient men zelf maatregelen tegen te nemen. Bevriezingsschade valt NIET onder garantie.

Verder is het niet aan te bevelen, de temperatuur van het water in de vloerverwarmingsslangen direct bij de eerste ingebruikname naar een maximum op te voeren. Afhankelijk van de doeltemperatuur adviseren wij het volgende:

  • 1e week 20oC
  • daarna iedere dag 5oC omhoog tot ca. 40-45oC (hoger wordt niet aanbevolen: een vloertemperatuur boven de 25 oC is niet aan te bevelen)
      LET OP: bij laminaat, houten- en ook gietvloeren mag de watertemperatuur niet hoger liggen dan ca 28-30 oC.
      Dit om schade aan uw houten- of gietvloer te voorkomen

      Voor de juiste temperatuur van de vloerverwarming verwijzen wij immer naar de leverancier van de vloerbedekking (laminaat, hout of gietvloer)
  • Er zijn ook diverse mogelijkheden van langzaam op starten van uw vloerverwarming. Alles heeft ten doel uw vloer niet te snel te confronteren met een te hoge temperatuur om schade aan de vloer te voorkomen.